• Zet in op de voetganger

    In steden als Amsterdam en Utrecht dreigt de fiets aan zijn succes ten onder gegaan. Architect Ton Venhoeven vindt dat het beleid een andere weg in moet slaan: zet in op de voetganger, want alleen zo zijn de binnensteden leefbaar en bereikbaar te houden. Venhoeven, CEO van Venhoeven CS Architekten en in de periode 2008-2012 Rijksadviseur voor de infrastructuur, hield zijn pleidooi op het Mobility Fast Forward Event in Utrecht.


    Hij is sceptisch over de mogelijkheden van nieuwe technologieën. Ook die kunnen het mobiliteitsprobleem niet oplossen, hooguit een bijdrage eraan leveren. Zelfrijdende voertuigen worden wellicht efficiënter ingezet dan het huidige autobestand, maar kunnen ertoe leiden dat de stedelijke infrastructuur grootscheeps op de schop moet. En zelfs als alle auto’s en andere voertuigen uiteindelijk elektrisch en emissievrij zijn, is de fijnstofproblematiek niet opgelost: banden blijven slijten.

     

    Zelfs de aloude fiets gaat een probleem worden. Gemeentebesturen zetten massaal in op het stimuleren van het fietsgebruik, maar er zijn zo langzamerhand in de centra van Amsterdam en Utrecht zoveel fietsen en fietsers dat voetgangers er last van krijgen en er ware parkeerproblemen ontstaan. Venhoeven: ‘De fiets dreigt de nieuwe heilige koe te worden, net zoals de auto dat ooit was.’ Dat wil niet zeggen dat er van hem niet meer mag worden gefietst, maar er is in het fietsbeleid veel meer maatwerk nodig dan nu: ‘Als het om Amsterdam gaat, wordt er buiten de Ring te weinig en binnen de Ring te veel gefietst. De fiets wordt God.’

     

     

    light rail-netwerken

    De enige oplossing om (binnen)steden bereikbaar en leefbaar te houden is volgens Venhoeven dan ook een flinke uitbreiding van het openbaar vervoer in de vorm van light rail-netwerken. Daarbij denkt hij aan een aantal lijnen rond en door Amsterdam met veel P+R-terreinen, zodat er geen autoverkeer meer de stad in komt. Utrecht heeft iets vergelijkbaars nodig. Daar wordt nu weliswaar gewerkt aan een tramlijn tussen het station en De Uithof, maar nu al is te voorzien dat die rond 2030 aan zijn capaciteitsgrens zit. ‘Denk eens aan een light rail-lijn die Woerden via De Uithof met Amersfoort verbindt om het autoverkeer buiten de stad te houden.’

     

    Voetgangersdomein  

    De binnenstad moet vervolgens (weer) het domein van de voetganger worden. Dat kan door enerzijds het verkeer zoveel mogelijk te beperken, en door anderzijds voor iedereen op loopafstand – Venhoeven noemt 800 meter – knooppunten met allerlei voorzieningen én aansluiting op het openbaar vervoer te creëren. Door de vermenging van functies – wonen, werken en recreëren komen dicht bij elkaar te liggen – wordt de openbare ruimte beter gebruikt en neemt de mobiliteitsbehoefte af.

    Een geslaagde voorbeeld van zo’n ontwikkeling is voor hem Tokio, waar in het centrum alles op de voetganger is gericht. Dichter bij huis wordt momenteel in Barcelona gewerkt aan het ontwikkelen van autoluwe en autovrije zones in de stratenblokken van de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding. Venhoeven is ervan overtuigd dat we deze kant op moeten. ‘Alleen op deze manier kunnen we de leefbaarheid, de ketenbereikbaarheid en de economie verder ontwikkelen.’