• Rob Methorst: 'Zonder lopen geen mobiliteit, dus een rijksbelang'

    Voetgangers, lopen en verblijven in de openbare ruimte als onderwerp wordt vaak gezien als iets van lokaal belang. Maar moet niet zelfs het rijk zich daar mee bemoeien? Wat gebeurt er in andere landen?

     

    Kortgezegd is het antwoord: ja, het is ook een zaak van het rijk, met name omdat lopen smeerolie en cement zijn voor de mobiliteit en het maatschappelijk leven, maar ook omdat de rijksoverheid taken en bevoegdheden heeft, die lokale overheden niet hebben wat betreft kennisbeheer en verspreiding, richting geven en stimulering van lokale overheden en wet- en regelgeving. In Noorwegen, Oostenrijk en Wales is er nu expliciet voetgangersbeleid. Ook Schotland en Zwitserland zetten er op in. Er is alle reden om ook in Nederland expliciet voetgangersbeleid te ontwikkelen. De voetganger is lange tijd vergeten in beleid, en verbeteringen voor het autoverkeer en fietsen zijn vaak ten koste gegaan van de voetgangersruimte, letterlijk en figuurlijk. Gelukkige ‘borrelt’ het onderwerp internationaal en zijn er inmiddels ‘witte raven’ onder gemeenten die lopen en verblijven weer de plek geven die het verdient. 

    Bij het beantwoorden van de vragen is het ten eerste belangrijk om onderscheid te maken tussen ‘systeem verantwoordelijkheid’ en ‘resultaat verantwoordelijkheid’.

    Systeem verantwoordelijkheid
    In zijn algemeenheid is de rijksoverheid systeem verantwoordelijk, waarbij het er uiteindelijk om gaat dat lopen en verblijven in de openbare ruimte, als smeerolie en cement, optimaal bijdragen aan het welzijn en de welvaart van de BV Nederland. Dit betreft de impact van lopen en verblijven op de economie en concurrentiekracht van het land en de gezondheid, bekwaamheden, veiligheid en welbevinden van de bevolking en bevolkingsgroepen. De maatschappelijke kosten om lopen en verblijven mogelijk te maken moeten opwegen tegen de baten van lopen en verblijven te faciliteren. De kosten betreffen onder meer voorzieningen, ongevallen en schade, gezondheidszorg, tijdverlies, monitoring en onderzoek, wet- en regelgeving, beheer en management van kennis en vakmanschap met betrekking tot instandhouding en verbetering van voetgangersvriendelijkheid, bestuurskosten etc. Activiteiten die met de systeemverantwoordelijkheid gepaard betreffen kennis over de werking van het systeem en de impact op het functioneren van de BV Nederland (zoals het organiseren van informatiebeschikbaarheid, kennis en vakmanschap), het ontwikkelen en stellen van kaders (zoals doelstellingen, beschikbaarheid van hulpmiddelen, normen en richtlijnen, wet- en regelgeving), handhaving van de kaders (monitoring, optreden bij ongewenste ontwikkelingen) en het op hoofdlijnen faciliteren van instandhouding en verbetering van de werking van het systeem. Met andere woorden: zorgen dat de operationeel verantwoordelijken (gemeenten) hun werk (kunnen) doen.

     

     Resultaatverantwoordelijkheid
    Bij resultaatverantwoordelijkheid gaat het erom dat voetgangers zich feitelijk zonder problemen en zelfs aangenaam kunnen bewegen en verpozen in de openbare ruimte, althans in dat deel dat voor hen is open gesteld. Daartoe gaat het in de eerste plaats om doelmatige (passende, veilige en aangename) voorzieningen voor alle mensen, ongeacht leeftijd, kundigheden en vaardigheden. Met doelmatige voorzieningen wordt bedoeld: verbindend, bruikbaar voor de betreffende voetgangers, gerieflijk, leefbaar, als zodanig overzichtelijk en herkenbaar, en veilig. Het gaat daarbij natuurlijk niet alleen om de fysieke voorzieningen, maar ook om de dienstverlening en organisatie er omheen: beheer en onderhoud, surveillance en handhaving, openbare verlichting, ‘oogjes’ op straat , verkeersmanagement etc. In zijn algemeenheid lijkt resultaatverantwoordelijkheid wat betreft voetgangers een lokale aangelegenheid. De actieradius van de voetganger beperkt zich grotendeels tot de korte afstanden (minder dan enkele kilometers afstand), concentreert zich binnen de bebouwde kom van steden en dorpen, en vindt plaats binnen openbare ruimte, die in de meeste gevallen juridisch eigendom is van en in beheer is bij de lokale overheid. De lokale overheid kan (een deel van) haar formele bevoegdheden delegeren of overdragen aan derden, zoals aanwonenden, aanliggende bedrijven, woningbouw corporaties, aannemers.

    Lees hier meer.